MDI Nieuwsitem
30-07-10

MDI Reactie Conceptwetsvoorstel

Minister Hirsch Ballin van Justitie wil het OM de bevoegdheid geven om strafbare content zonder tussenkomst van de rechter van internet te laten verwijderen. Het MDI is hier op tegen.


Brief aan het ministerie van Justitie.

Reactie Conceptwetsvoorstel versterking bestrijding computercriminaliteit

In deze brief lichten wij het standpunt van het Meldpunt Discriminatie Internet ten aanzien van het conceptwetsvoorstel versterking bestrijding computercriminaliteit toe. Het Meldpunt Discriminatie Internet heeft een direct belang bij het wetsvoorstel daar het de mogelijkheid om “strafbare content” reeds in een eerder stadium van het internet te verwijderen, waaronder strafbaar discriminatoir materiaal, in het leven roept.

Het MDI is van mening dat op dit moment de verwijdering van strafbaar discriminatoir materiaal niet effectief en doelmatig verloopt. De door het conceptwetsvoorstel geboden oplossing om hier verbetering in te brengen is echter niet de juiste. Er zou beter gebruik moeten worden gemaakt van de mogelijkheden zoals die nu door de wet worden geboden.

In het wetsvoorstel wordt de toets door de rechter-commissaris uit artikel 54a geschrapt. Voorgesteld wordt de officier van justitie de afweging met betrekking tot strafbaarheid en (voorlopige) verwijdering te laten maken.

Waar bij het geval van kinderporno een andere afweging gemaakt kan worden is dit voorstel in het geval van strafbaar discriminatoire uitingen ongewenst daar het kan leiden tot een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. In het geval van discriminatoire uitingen moet altijd een afweging worden gemaakt tussen de vrijheid van burgers zich te uiten en de rol van de overheid om de wet, in dit geval art. 137c t/m e, te handhaven. De officier van justitie is belast met de vervolging van verdachten en besluit of een verdachte voor de rechter zal worden gebracht. Het is de rechter die bepaald of een uiting strafbaar is, niet de officier. Deze inperking zal de toets van het Europese Hof aan art.10 en art.6 § 1 EVRM – met name of het hier een maatregel betreft die noodzakelijk is in een democratische maatschappij – wellicht niet doorstaan.

Daarnaast doet dit voorstel afbreuk aan de scheiding der machten daar de officier van justitie ‘op de stoel van de rechter gaat zitten’.

Om binnen de grenzen van het huidige artikel effectiever op te kunnen treden zou bij het parket Amsterdam een rechter-commissaris kunnen worden aangewezen met een speciale taakstelling. De taakstelling zou dan bijvoorbeeld inhouden dat deze rechter-commissaris de zaken, waarbij de officier van justitie internetcontent als strafbaar heeft aangemerkt, met prioriteit behandeld. Deze oplossing is wellicht kostbaarder dan het in het wetsvoorstel opgenomen voorstel, maar doet meer recht aan de inrichting van onze rechtsstaat en aan de bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

Meldpunt \Discriminatie Internet, Juli 2010-12-12