HR: Vrijspraak in zaak belediging van Islam
De Hoge Raad heeft dinsdagochtend 10 maart een man vrijgesproken die werd vervolgd wegens het doen beledigende uitlatingen over moslims.
De man had in november 2004 een poster voor zijn raam gehangen met daarop onder meer de tekst: “ Stop het gezwel dat Islam heet”.
De man is voor deze uiting in 2005 en in 2006 veroordeeld door zowel de rechtbank als het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, die beiden oordeelden dat de man zich met deze uiting onnodig grievend uitliet over de Islam en, gezien de verbondenheid tussen de Islam en haar gelovigen, deze uitlating reeds daardoor ook beledigend was voor moslims in het algemeen.
De Hoge Raad is echter van mening dat hiermee een te ruime uitleg wordt gegeven aan de in art. 137c, eerste lid, Sr voorkomende uitdrukking “een groep mensen wegens hun godsdienst” en zei hierover onder meer het volgende:
“Artikel 137c Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar het zich beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst (zgn. groepsbelediging). Dit artikel stelt niet strafbaar het zich beledigend uitlaten over een godsdienst, ook niet als dat gebeurt op zo’n manier dat de aanhangers van die godsdienst daardoor in hun godsdienstige gevoelens worden gekrenkt. Deze wetsbepaling moet volgens de wetsgeschiedenis beperkt worden uitgelegd. De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen. De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers krenken is niet voldoende om van belediging van een groep mensen wegens hun godsdienst te spreken.”
