MDI Nieuwsitem
23-06-10

Einde is in zicht voor verbod godslastering

DEN HAAG - Een ruime Kamermeerderheid is voor afschaffing van het verbod op smalende godslastering.


Ook de Raad van State oordeelde afgelopen week dat er geen juridisch bezwaar is tegen het schrappen van artikel 147, hoewel er mogelijk een ‘negatief signaal’ vanuit zou gaan richting religieuze minderheden.

Voldoende beschermd

De Raad van State schreef dat in zijn advies over het wetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van der Ham (D66), De Wit (SP) en Teeven (VVD). Volgens dit drietal zijn de rechten van religieuze minderheden al voldoende beschermd in artikel 137, dat onder andere haat, discriminatie of geweld wegens godsdienst verbiedt. De Kamer stemt naar alle waarschijnlijkheid al dit najaar over het voorstel. Alleen de christelijke partijen (28 zetels) zijn tegen afschaffing.

Artikel 147 is een van de belangrijkste fronten in de strijd tussen de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Niet om de juridische waarde: artikel 147 is al decennia een dode letter. Maar de symbolische betekenis is groot. Met afschaffing zou de cirkel rond zijn: in 1881 wees de liberale minister van Justitie Modderman een verbod op godslastering nog af. ‘Ik meende, dat het sedert lang vaststond, dat God Zijn regten zelf wel weet te handhaven’, zei hij. Het Opperwezen kon zijn eigen boontjes doppen.

Zijn verre opvolger Jan Donner (ARP) dacht daar een halve eeuw later anders over. Uit vrees voor de communisten, die een onverbeterlijke neiging tot blasfemie toonden, stelde hij smalende godslastering strafbaar. De grootvader van Piet Hein Donner was bang dat christenen anders het recht in eigen hand zouden nemen.

Achterhaald

Jan Donner onderbouwde artikel 147 destijds met de analyse dat ‘in ons Staatsleven God openlijke erkenning vindt’. Maar is dat, in het geseculariseerde Nederland van 2010, niet achterhaald? Dat vragen de tegenstanders van het lasterverbod zich af. En getuigt het van gelijke behandeling om gelovigen te beschermen en ongelovigen niet?

Zo zitten er tal van haken en ogen aan het verbod. Het verbod is bijvoorbeeld vooral gericht op monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom, islam). Maar beschermt het ook tegen beschimping van – pakweg – vishnoe, vragen tegenstanders zich af. De Raad van State oppert in zijn advies om artikel 147 op dit punt uit te breiden. Maar daarmee, zo zeggen de tegenstanders, lopen rechters het gevaar verstrikt te raken in theologische haarkloverij. Want welke heilige figuren moet artikel 147 precies beschermen? Moeder Maria, of ook Wodan en de Ravengod Kutkh?

Dankzij die overvloed aan definitiekwesties is artikel 147 al sinds 1968 niet meer toegepast. In dat jaar vond het beroemde Ezelarrest plaats, waarbij Gerard Reve werd vrijgesproken van godslastering. Sindsdien is artikel 147 een slapend wetsartikel gebleven. De tegenstanders hopen het binnenkort de eeuwige slaap in te leiden.



bron: Volkskrant 23/06/2010